31 oktober 2014A-G: eigen bijdrage privégebruik auto staat toepassing BUA niet in de weg

Een btw-ondernemer die zich bezighoudt met fiscale advisering, bedrijfskundige en juridische dienstverlening en accountancy heeft in 2008 en 2009 leaseauto’s ter beschikking gesteld aan haar werknemers. Deze auto’s zijn gebruikt voor zakelijke ritten, woon-werkverkeer en maximaal 15.000 kilometer per jaar aan privéritten. De werknemers betaalden een eigen bijdrage voor privégebruik en (een deel van) de premie voor een allriskverzekering. Aan cliënten berekende zij bovendien een hoger uurtarief bij inschakeling van een werknemer met leaseauto. Ter zake van het privégebruik heeft de ondernemer geen kilometeradministratie bijgehouden, maar gebruikgemaakt van de forfaitaire regeling voor de correctie van het privégebruik van de auto’s door de werknemers.? 

De ondernemer heeft de btw die drukte op de leasetermijnen, brandstof en onderhoud in 2008 en 2009 als voorbelasting in aftrek gebracht. De door de werknemers betaalde eigen bijdragen heeft zij niet aangegeven als btw-belaste omzet. Aanvankelijk is een correctie van 12% x LB-bijtelling toegepast. De inspecteur van de Belastingdienst heeft de door de ondernemer geclaimde voorbelasting in de bezwaarfase gecorrigeerd met een percentage van 27%. Op grond van het Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA) kan in de periode 1 januari 2008 tot 1 juli 2011 namelijk 27% van de werkelijk gemaakte en geadministreerde autokosten waarop btw drukt worden aangemerkt als toerekenbaar aan privé gereden kilometers, indien de auto’s zowel zakelijk als privé worden gebruikt. De ondernemer is hiertegen in verweer gekomen. Zijns inziens bieden de Eerste en Tweede richtlijn geen ruimte voor een correctie op grond van het BUA, omdat de werknemers in casu een meer dan symbolische vergoeding hebben betaald aan de ondernemer. Mocht de BUA-correctie al van toepassing zijn, dan is deze tot een te hoog bedrag vastgesteld, omdat geen rekening is gehouden met de ontvangsten voor de auto’s, aldus de ondernemer. 

In eerste aanleg heeft Rechtbank Gelderland in deze zaak geoordeeld dat het BUA van toepassing is. Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze uitspraak onder verwijzing naar het Oracle Nederland-arrest. In cassatie adviseert A-G Van Hilten de Hoge Raad het door de btw-ondernemer ingestelde beroep ongegrond te verklaren. De A-G ziet in de richtlijnbepalingen (van de Tweede, Zesde en btw-richtlijn) en de uitlegging daarvan geen aanleiding om het BUA niet toe te passen. Ook de parlementaire geschiedenis bij de introductie van de fictieve dienstverlening in de Wet OB geeft geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat de wetgever het BUA buiten toepassing zou willen laten wanneer een vergoeding wordt ontvangen van de werknemers. 

De stelling van de btw-ondernemer dat de bpm-component die in de leasevergoeding verdisconteerd is – en daarmee de grondslag voor de btw verhoogt – in strijd is met art. 273 van de btw-richtlijn, het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel faalt eveneens, aldus de A-G. Het BUA kan namelijk niet getoetst worden aan art. 273 van de richtlijn. Bovendien is het geval niet vergelijkbaar met andere gevallen, zodat een beroep op het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel hiervoor niet mogelijk is.

Zie 10.3.3 voor meer informatie over de – tot 1 juli 2011 geldende – aftrekcorrectie voor het privégebruik van de auto door personeel.???

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op