9 september 2013A-G: diensten maatschap anesthesiemedewerkers en operatieassistenten vrijgesteld van btw

Een maatschap van vier maten (operatieassistenten en anesthesiemedewerkers) verricht tegen vergoeding werkzaamheden in opdracht van diverse ziekenhuizen. De maatschap factureert de uren die de maten hebben gewerkt. In november en december 2007 is door de maatschap uit de ontvangen vergoedingen geen btw voldaan, met een naheffing van 19% btw en een verzuimboete van 10% als gevolg. 

Rechtbank Haarlem oordeelde in deze zaak dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat van vrijgestelde intramurale medische zorg dan wel van een daarmede nauw samenhangende dienst geen sprake is. In hoger beroep oordeelde Hof Amsterdam gelijkluidend. Volgens het hof kan niet worden gezegd dat de maatschap zelf (para)medische diensten verricht of dat haar diensten moeten worden gezien als diensten die een onlosmakelijk geheel vormen met de prestaties van het ziekenhuis. De operatieassistenten en anesthesieverpleegkundigen  zijn namelijk werkzaam onder leiding van de anesthesioloog of chirurg van het ziekenhuis en moeten zich gedragen naar de instructies van deze specialisten. De maatschap treedt hierdoor rechtstreeks in concurrentie met uitzendbureaus die ook operatieassistenten en anesthesiemedewerkers ter beschikking stellen aan ziekenhuizen en hierover btw voldoen. De maatschap heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld. 

In haar conclusie overweegt A-G Van Hilten dat, hoewel het HvJ EU in zijn jurisprudentie suggereert dat de medische vrijstelling slechts geldt voor door ziekenhuizen in ziekenhuizen verrichte zorg, deze vrijstelling tevens kan worden toegepast voor door een (para)medicus in een ziekenhuis verrichte medische zorg. De werkzaamheden die de vier maten verrichten, kunnen aldus onder de noemer ‘medische verzorging’ worden gebracht. 

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of de maten een beroep kunnen doen op één van de medische vrijstellingen. Bepalend hierbij is volgens de A-G of de verpleegkundigen BIG-geregistreerd zijn en of de verrichte werkzaamheden binnen het gamma van de medische werkzaamheden behoren. Omstandigheden zoals het zelfstandig mogen nemen van beslissingen spelen hierbij een rol. De A-G gaat ervan uit dat de werkzaamheden van de maten een wezenlijk onderdeel vormen voor het welslagen van operaties, waardoor het voor de hand ligt dat deze werkzaamheden kwalificeren als ‘medische verzorging’. Indien geen sprake zou zijn van medische verzorging, dan zijn de werkzaamheden naar de mening van de A-G niet aan te merken als nauw met medische verzorging samenhangende diensten, aangezien de maatschap geen (soortgelijke instelling als een) ziekenhuis is. De A-G adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren en te verwijzen naar een ander hof. De Hoge Raad moet nog arrest wijzen. 

Zie 8.2.1 voor deze conclusie en meer informatie over de vrijstelling voor (para)medische activiteiten. 

 De Stichting Collectief Procederen in btw-zaken (SCPB), die de belangen van zzp’ers in de zorg behartigt, is in overleg met de Belastingdienst over de btw-problematiek voor zzp’ers in zorginstellingen en in de thuiszorg. Een recente bespreking heeft ertoe geleid dat binnenkort een vervolgoverleg zal plaatsvinden, waarin het opstarten van een eventuele proefprocedure over dit onderwerp zal worden besproken. Op de website is meer informatie te vinden over de werkzaamheden van de SCPB en kunnen zelfstandigen in de zorg zich aanmelden.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op