30 december 2016A-G: btw-vrijstelling voor hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip

A Oy (hierna: A) verricht diensten die onder meer bestaan uit het laden en lossen van schepen voor de vaart op volle zee. Deze diensten worden uitgevoerd door een onderaannemer die hiervoor aan A factureert. A berekent deze kosten door aan haar opdrachtgever (de rederij/scheepsexploitant). Voor de laad- en losdiensten die de onderaannemer verricht, wil A de btw-vrijstelling van artikel 148 van de btw-richtlijn toepassen. De centrale belastingcommissie van Finland heeft dit verzoek afgewezen. Tegen deze beslissing is A opgekomen bij de hoogste bestuursrechter in Finland die vervolgens prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie.

Advocaat-generaal Bot concludeert dat voor de hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip de btw-vrijstelling van artikel 148, onder d), van de btw-richtlijn van toepassing is. Deze hijsdiensten vallen zijns inziens onder het begrip ‘diensten die voor de rechtstreekse behoeften van de in artikel 148, onder a) van de richtlijn bedoelde schepen of hun lading worden verricht’.

A heeft een verzoek ingediend bij de Keskusverolautakunta (centrale belastingcommissie, Finland) om een ruling met daarin de vraag of de voor rekening van zijn klanten in onderaanneming verrichte laad- en losdiensten van btw konden worden vrijgesteld op grond van artikel 148, onder a), c) en d) van de btw-richtlijn. De centrale belastingcommissie heeft dit verzoek afgewezen, omdat diensten verricht voor schepen in het internationale handelsverkeer of voor hun lading slechts kunnen worden vrijgesteld van btw als zij worden verricht aan de rederij/scheepsexploitant. In casu worden de laad- en losdiensten in een eerdere fase (aan A) verricht en niet in de eindhandelsfase (aan de rederij/scheepsexploitant). Tegen deze beslissing is A opgekomen bij de hoogste bestuursrechter in Finland die vervolgens prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie.

A-G Bot is van mening dat de onderhavige hijsdiensten onder het begrip ‘diensten die voor de rechtstreekse behoeften van de in punt a) van artikel 148 bedoelde schepen of hun lading worden verricht’, worden begrepen. Daarbij wordt opgemerkt dat de rechtspraak van het Hof inzake de handelingen die voorafgaan aan de bevoorrading van een schip niet mag worden toegepast op diensten die voor de rechtstreekse behoeften van de lading worden verricht. Zijns inziens moet de vrijstelling van artikel 148, onder d), van de btw-richtlijn worden toegepast naargelang van de aard van deze diensten en niet naargelang van de dienstverstrekker of de afnemer van de dienst.

 De A-G kiest uiteindelijk voor de benadering dat het betreffende nultarief afhangt van de aard van de verrichte dienst en niet van de hoedanigheid van de opdrachtgever (welke hoedanigheid in meerdere arresten van het Europese Hof wel doorslaggevend was). Indien het Hof dit advies overneemt, betekent dat een ruimere toepassing van het nultarief voor dienstverlenende bedrijven die in zeehavens actief zijn.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op