24 oktober 2018A-G btw-vrijstelling invoer douane-expediteur bij btw-fraude opdrachtgever na invoer en overbrenging

A-G Kokott concludeert dat de btw-vrijstelling bij invoer aan een douane-expediteur niet met terugwerkende kracht geweigerd kan worden als de opdrachtgever in een later stadium btw-fraude heeft gepleegd waar de douane-expediteur geen weet van kon hebben.

Feiten

Twee Bulgaarse ondernemingen (hierna: B en K) hebben van een Zwitserse ondernemer parfumerieartikelen gekocht waarbij zij in Zwitserland al de beschikkingsmacht hebben gekregen over deze goederen. B en K hebben een derde, Vetsch Int. Transporte GmbH (hierna: Vetsch) de opdracht gegeven om de goederen in Oostenrijk in te voeren en vervolgens naar Bulgarije te vervoeren. Vetsch die optreedt als douane-expediteur heeft in de douaneaangifte verzocht om vrijstelling van de btw bij invoer, omdat de goederen vervolgens intracommunautair werden geleverd in Bulgarije. B en K hebben de intracommunautaire overbrenging aangegeven in zowel Oostenrijk als Bulgarije. Echter, voor de doorverkoop in Bulgarije, is kennelijk btw berekend maar nooit afgedragen. In plaats daarvan hebben B en K een intracommunautaire levering aan Vetsch aangegeven, welke in feite nooit had plaatsgevonden.

Procedure

Aangezien B en K zich schuldig hadden gemaakt aan belastingfraude in Bulgarije, werd Vetsch aangewezen tot voldoening van de btw bij invoer in Oostenrijk. Het staat vast dat Vetsch op geen wijze betrokken is geweest bij de btw-fraude en ook geen weet kon hebben van de daaropvolgende btw-fraude door zijn opdrachtgevers, aangezien vaststaat dat B en K ten tijde van de invoer nog niet voornemens waren btw-fraude te plegen. Het bezwaar dat Vetsch heeft gemaakt tegen deze beslissing is afgewezen en ook het beroep wordt ongegrond verklaard. De hoogste bestuursrechter in Oostenrijk heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

Conclusie A-G

De vrijstelling bij invoer kan slechts onder twee voorwaarden worden geweigerd: enerzijds als Vetsch weet of had moeten weten van de daaropvolgende btw-fraude en anderzijds als de vrijstelling bij invoer zodanig samenhangt met de vrijstelling (in Nederland: nultarief) voor de intracommunautaire levering, waarbij de weigering van de vrijstelling voor de intracommunautaire levering gevolgen heeft voor de vrijstelling van btw bij invoer. Aangezien Vetsch geen weet had van de btw-fraude die door zijn opdrachtgevers werd uitgevoerd en het hem ook niet kan worden verweten, is de A-G van mening dat Vetsch zich op de vrijstelling van btw bij invoer kan beroepen. Voor B en K kunnen de zaken anders liggen. Volgens de rechtspraak moet de vrijstelling van de intracommunautaire levering aan B en K worden geweigerd indien zij zelf schuldig hebben gemaakt aan belastingfraude dan wel wisten of hadden moeten weten dat zij hebben deelgenomen aan een handeling die deel uitmaakte van btw-fraude. Aangezien B en K op het tijdstip van invoer nog niet voornemens waren om btw-fraude te plegen, kan de vrijstelling voor de intracommunautaire levering niet worden geweigerd. Nu de intracommunautaire levering in stand blijft, blijft de vrijstelling bij invoer ook in stand.

Volgens de A-G kan de belastingvrijstelling niet met terugwerkende kracht verloren gaan door een intentiewijziging van de belastingplichtige in een later stadium. De A-G concludeert dat een weigering van de vrijstelling van btw bij invoer ten aanzien van de aangever van de btw bij invoer niet aan de orde is wanneer alleen de afnemer van de goederen wist of had moeten weten dat hij met de intracommunautaire overbrenging deelneemt aan een handeling die deel uitmaakt van btw-fraude.

Dit arrest laat zien wat de risico’s en gevolgen kunnen zijn voor degene die de goederen inklaren op naam van een ondernemer die (in een later stadium) btw-fraude pleegt. De conclusie van de A-G is in deze casus in lijn met die van HvJ Enteco Baltic UAB waarin geoordeeld is dat de vrijstelling bij invoer niet kan worden geweigerd wanneer de afnemer btw-fraude heeft gepleegd waarvan de importeur geen weet heeft of had moeten hebben. Daarnaast geldt dat wanneer een belastingvrijstelling voor een belastingplichtige afhankelijk wordt gesteld van het (latere) gedrag van een derde waarop hij geen invloed heeft, indruist tegen het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. In de praktijk is het niettemin van belang dat zowel de leverancier als de afnemer zich ervan bewust moet zijn dat het negeren van btw-fraudesignalen kan leiden tot een weigering van het nultarief en/of de aftrek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op