7 februari 2014A-G: btw verschuldigd over ontvangen bedrag voor opwaardeerkaart

Een B.V. biedt telecommunicatiediensten aan via een prepaid systeem. De B.V. heeft geen eigen netwerk, maar maakt gebruik van het netwerk van een telecomprovider. Als de B.V. een overeenkomst met een klant is aangegaan, verstrekt zij een SIM-kaart met een uniek 06-nummer. De B.V. verkoopt beltegoed via multifunctionele telefoonkaarten. Met deze opwaardeerkaarten kan de klant bellen, sms’en en gebruikmaken van andere diensten, zoals informatiediensten en het downloaden van ringtones. De klant kan deze opwaardeerkaarten online bestellen, maar kan deze ook via de detailhandel kopen. De opwaardeerkaarten hebben een nominale waarde van € 10 of € 20. Bij verkoop via de detailhandel verkoopt de B.V. de kaarten tegen de nominale waarde minus de afgesproken korting (ca. 10%). De detaillist verkoopt de kaarten tegen de nominale waarde aan de klant. Ter zake van beide verkopen wordt geen btw in rekening gebracht. In geschil is of dit juist is, en zo nee, over welk bedrag de B.V. btw verschuldigd is. Het geschil betreft het tijdvak december 2008.

In deze zaak is door Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam geoordeeld dat de maatstaf van heffing voor de verkoop van opwaardeerkaarten wordt gevormd door de ontvangen tegenprestatie, dat wil zeggen het daadwerkelijk van de detailhandelaar ontvangen bedrag. De B.V. is naar het oordeel van het hof over dit ontvangen bedrag geen btw verschuldigd omdat de opwaardeerkaart kwalificeert als een waardepapier waarvan de verkoop is vrijgesteld.

In cassatie adviseert A-G Van Hilten de Hoge Raad om het door de staatssecretaris ingestelde cassatieberoep ongegrond te verklaren. Uitgaande van het nationale beleid en de lijn die uit de jurisprudentie van het HvJ EU blijkt, is de maatstaf van heffing de nominale waarde van de opwaardeerkaarten minus de aan de detailhandelaren verleende korting, dus het daadwerkelijk door de B.V. ontvangen bedrag, aldus de A-G. Naar de mening van de A-G is het mogelijk niet in lijn met het unierecht om de opwaardeerkaart aan te merken als een waardepapier, waarvan de verkoop is vrijgesteld. In het ten tijde van de onderhavige zaak geldende (en inmiddels ingetrokken) beleidsbesluit waarin werd ingegaan op de btw-behandeling van multifunctionele telefoonkaart is de kaart echter gekwalificeerd als waardepapier, zodat de B.V. er in 2008 op mocht vertrouwen dat over de verkoop van de kaarten geen btw verschuldigd was.

De Hoge Raad moet nog arrest wijzen. Zie 8.3.1.7 voor deze conclusie en meer informatie over de btw-behandeling van multifunctionele telefoonkaarten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op