21 mei 2015A-G: beheer vastgoedfonds dat onder overheidstoezicht staat btw-vrijgesteld

In de prejudiciële zaak “Fiscale eenheid X N.V. c.s.” is door de Hoge Raad aan het HvJ de vraag voorgelegd of het beheer van vastgoedfondsen deelt in de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen. A-G Kokott (hierna: de A-G) heeft het HvJ geadviseerd om te beslissen dat het beheer van vastgoedfondsen een btw-vrijgestelde activiteit kan zijn. 

De feiten in deze zaak zijn als volgt. De N.V., die onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de btw, verricht beheerdiensten aan drie door pensioenfondsen opgerichte vennootschappen die beleggen in vastgoed. De activiteiten van de vastgoedvennootschappen bestaan uit de acquisitie van aandeelhouders of certificaathouders, het aan- en verkopen van onroerende goederen en het exploiteren daarvan. De vastgoedvennootschappen hebben geen personeel in dienst. De vastgoedvennootschappen verkrijgen het kapitaal door uitreiking van (certificaten van) aandelen. De opbrengsten van de activiteiten keren de vastgoedvennootschappen uit in de vorm van dividend en een stijging van de waarde van het aandeel.

Het beheer van een gemeenschappelijk beleggingsfonds is btw-vrijgesteld. In geschil is of het beheer van de vastgoedvennootschappen als zodanig kwalificeert. De N.V. meent van wel; de inspecteur van de Belastingdienst is -kort gezegd- een andere mening toegedaan en heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd. Rechtbank Breda en Hof Den Bosch hebben geoordeeld dat de diensten van de NV aan de vastgoedvennootschappen btw-vrijgesteld zijn. De Hoge Raad heeft aan het HvJ de volgende prejudiciële vragen gesteld:

  1. Kwalificeert een vennootschap die is opgericht door meer dan één belegger met enkel het doel om het bijeengebrachte vermogen te beleggen in onroerende goederen als een gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van art. 13, B, aanhef en onderdeel d, punt 6 (thans art. 135, lid 1, aanhef en onderdeel g btw-richtlijn)?
  2. Zo ja, kwalificeert de aan een derde uitbestede feitelijke exploitatie van de onroerende goederen van de vastgoedvennootschap als beheer?

Ten aanzien van de eerste vraag is de A-G van mening dat een beleggingsfonds slechts dan als gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van de btw-vrijstelling kwalificeert als dit fonds naar nationaal recht onder bijzonder overheidstoezicht staat. Naar de mening van de A-G is de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen derhalve van toepassing op het beheer van vastgoedfondsen die als gemeenschappelijk beleggingsfonds onder bijzonder overheidstoezicht staan. Hiermee heeft de A-G de eerste prejudiciële vraag beantwoord. Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag is de A-G van mening dat het begrip beheer ook de feitelijke exploitatie van het onroerend goed van de vastgoedfondsen omvat.

In afwachting van het arrest van het HvJ verdient het voor beheerders van vastgoedfondsen die over hun beheerdiensten thans (deels) btw voldoen aanbeveling om ter behoud van rechten bezwaar te maken. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Matthijs van der Wulp op het telefoonnummer 078 -622 54 52 of het e-mailadres mvanderwulp@vandrielfruijtier.nlVoor deze conclusie en meer informatie over de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen zie 8.3.1

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op