13 december 2013A-G: bedrijfspensioenfonds onder voorwaarden gemeenschappelijk beleggingsfonds

De Deense onderneming ATP Pension Service A/S (hierna: ATP) verricht diensten ten behoeve van pensioenfondsen. Haar voornaamste klant is PensionDanmark, een bedrijfspensioenfonds, voor wie ATP diensten op het gebied van systeemonderhoud en -ontwikkeling, administratie en betalingen en uitkeringen verricht. De diensten inzake betalingen en uitkeringen bestaan uit het openen van pensioenrekeningen voor individuele spaarders, waarover zij het totaalbedrag dat door een werkgever gestort wordt, verdeelt. ATP actualiseert deze rekeningen, waar de pensioenspaarders online toegang toe hebben, regelmatig. Indien bedragen verschuldigd zijn, geeft ATP de betreffende financiële instelling de opdracht deze bedragen aan de pensioenspaarders uit te betalen. Tot juni 2002 heeft ATP over al haar diensten btw in rekening gebracht. Naar aanleiding van het SDC-arrest (zie 8.3.1) meent zij nu echter dat haar diensten inzake betalingen ten gunste van en uitkeringen uit de pensioenregelingen kwalificeren als btw-vrijgestelde financiële handelingen. Hierop heeft de Deense fiscus laten weten dat de diensten inzake pensioenuitkeringen haars inziens zijn vrijgesteld van btw-heffing, maar de diensten in verband met binnenkomende betalingen, zoals het openen van individuele pensioenrekeningen, zijn belast met btw. 

De Deense rechter heeft het HvJ EU een vijftal prejudiciële vragen gesteld. Ten eerste vraagt de rechter zich af of het begrip ‘gemeenschappelijke beleggingsfondsen’ pensioenfondsen zoals bedoeld in deze casus omvat en zo ja, of de diensten van ATP kwalificeren als het beheer van de beleggingsfondsen. Vervolgens vraagt de rechter zich af of de diensten door ATP inzake pensioenbetalingen kwalificeren als één enkele dienst of als afzonderlijke diensten en of deze als vrijgestelde ‘handelingen, betreffende betalingen of overmakingen’ of ‘handelingen, betreffende deposito’s en rekening-courantverkeer’ kwalificeren.

In zijn conclusie gaat A-G Cruz Villalón in op de vraag of bedrijfspensioenfondsen kwalificeren als gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Hij adviseert het HvJ EU deze vraag bevestigend te beantwoorden, indien deze bedrijfspensioenfondsen de activa van meerdere begunstigden bundelen en de spreiding van het risico over een reeks effecten mogelijk maken. Dit is slechts het geval indien de pensioenspaarders het beleggingsrisico dragen, aldus de A-G. Het feit dat de premies ten voordele van de pensioenspaarders door hun werkgevers worden betaald op grond van een collectieve overeenkomst tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en dat de uitkeringen uit het fonds pas bij pensionering worden betaald, is volgens de A-G niet relevant, zolang de pensioenspaarder een gewaarborgde rechtspositie heeft met betrekking tot zijn of haar activa. De nationale rechter zal moeten beoordelen of een fonds aan deze vereisten voldoet. In zijn conclusie gaat de A-G niet in op de overige gestelde vragen, omdat het HvJ EU naar zijn mening over voldoende elementen beschikt om deze vragen te beantwoorden zonder voorafgaande conclusie.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op