18 januari 2013A-G: afvalinzameling voor één van de samenwerkende gemeenten niet belast met btw

Een publiekrechtelijk lichaam, ingesteld bij een tussen verschillende gemeenten gesloten gemeenschappelijke regeling met betrekking tot afvalbeheer, verricht diensten aan deze samenwerkende gemeenten. Deze diensten bestaan uit het verwijderen van afvalstoffen. De kosten van de dienstverrichting worden op basis van een verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. Daarnaast zamelt het publiekrechtelijk lichaam op basis van een overeenkomst en tegen vergoeding huishoudelijk afval in één van de gemeenten in, namelijk de gemeente W. Het publiekrechtelijk lichaam heeft ter zake van deze diensten geen btw voldaan. Zij beroept zich daarvoor op de Toelichting Gemeenten, waarin in paragraaf 10 is opgenomen dat sprake is van vereenzelviging met de deelnemende gemeenten voor onderling verrichte handelingen die – als deze door de gemeenten waren verricht – buiten de ondernemerssfeer en daarmee buiten de btw-heffing zouden vallen. De inspecteur van de Belastingdienst is daarentegen van mening dat wel degelijk sprake is van een prestatie voor de btw en het publiekrechtelijk lichaam om die reden btw in rekening moet brengen aan gemeente W. 

Door Rechtbank Leeuwarden en Hof Leeuwarden is geoordeeld dat het publiekrechtelijk lichaam ter zake van de jegens gemeente W verrichte inzamelingsdiensten btw is verschuldigd, omdat sprake is van btw-belaste prestaties. A-G Van Hilten concludeert in cassatie echter dat de diensten niet belastbaar zijn. De A-G onderbouwt zijn standpunt met rechtspraak van het HvJ EU inzake de koepelvrijstelling, waaruit blijkt dat de koepelvrijstelling eveneens van toepassing kan zijn indien slechts jegens één deelnemer diensten wordt verricht. De in paragraaf 10 van de Toelichting Gemeenten opgenomen regeling is weliswaar geen koepelvrijstelling, maar vertoont zodanige gelijkenissen, dat volgens de A-G een analoge toepassing van dit arrest op de onderhavige zaak mogelijk is. Het feit dat de handelingen die het publiekrechtelijk lichaam jegens gemeente W verricht niet worden ‘gedekt’ door de samenwerking die bestaat tussen de gemeenten, hoeft geen probleem te vormen, aldus de A-G. Het publiekrechtelijk lichaam heeft aan de eerder genoemde paragraaf redelijkerwijs het vertrouwen kunnen ontlenen dat de afvalinzameling binnen de gemeente W buiten de btw-heffing mocht blijven, omdat niet uit de bewoordingen van de paragraaf bleek dat de samenwerking tussen de gemeenten slechts zag op de handelingen waarvoor de samenwerking is gesloten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op