12 november 2014A-G: aansprakelijkheid btw deurwaarder bij executie toegestaan

De Poolse gerechtsdeurwaarder Marian Macikowski heeft in februari 2007, in een procedure van gedwongen tenuitvoerlegging tegen een Poolse onderneming, een onroerend goed van de onderneming openbaar verkocht. De kopers van het onroerend goed hebben de prijs in zijn geheel op de consignatierekening van het Poolse kantongerecht gestort. In augustus 2007 was de koop definitief. In juni 2009 stelde de Poolse belastingdienst dat Macikowski reeds in november 2007 een btw-factuur voor de verkoop had moeten uitreiken, waarna hij de belasting namens de Poolse onderneming had moeten voldoen. Macikowski had de over de verkoop verschuldigde btw namelijk vooralsnog niet voldaan, terwijl de gerechtsdeurwaarder in zijn hoedanigheid van betalingsverantwoordelijke op grond van de Poolse btw-wet met zijn gehele vermogen aansprakelijk is voor deze btw-schuld. Macikowski stelde de belastingdienst uiteindelijk in september 2009 in kennis van de door hem betaalde btw en maakte bezwaar tegen het besluit over zijn aansprakelijkstelling. Hij voerde daarbij onder meer aan dat hij niet over de opbrengst van de openbare verkoop van het onroerend goed had kunnen beschikken, aangezien het bedrag door de kopers op een consignatierekening van het kantongerecht gestort was. Macikowski kon pas betalen nadat het door hem in oktober 2008 opgestelde verdelingsplan door het gerecht was goedgekeurd. 

In deze zaak heeft de Poolse rechter een drietal prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. Allereerst vraagt de Poolse rechter zich af of de btw-richtlijn zich verzet tegen de inningsverplichting van de gerechtsdeurwaarder. A-G Kokott adviseert het HvJ EU te oordelen dat dit niet het geval is. Macikowski is op grond van de btw-richtlijn namelijk niet zelf tot voldoening van de btw gehouden, maar heeft slechts de verplichting de btw te innen die door de tot voldoening van de btw gehouden persoon (in dit geval de Poolse onderneming) verschuldigd is. Hij heeft slechts de taak om met de middelen van de schuldenaar wiens bezittingen worden geëxecuteerd diens btw-schuld te voldoen. Het verweer van Macikowski dat hij bij wet tot fiscaal vertegenwoordiger wordt aangewezen, zonder dat die mogelijkheid bestaat op grond van de btw-richtlijn, gaat volgens de A-G niet op, aangezien de gerechtsdeurwaarder door de inningsverplichting geen fiscaal vertegenwoordiger wordt zoals bedoeld in de btw-richtlijn. Hij handelt immers niet als algemeen gevolmachtigde, nu zijn inningsverplichting slechts betrekking heeft op één afzonderlijke belastbare transactie. 

De inningsverplichting van de gerechtsdeurwaardiger vindt volgens A-G Kokott een deugdelijke grondslag in artikel 273 van de btw-richtlijn, op grond waarvan lidstaten verplichtingen voor mogen schrijven die verder gaan dan het in de btw-richtlijn bepaalde en die zij noodzakelijk achten ter waarborging van de juiste inning van de btw en ter voorkoming van fraude. De door de Poolse lidstaat ingestelde inningsverplichting is evenredig voor zover een zorgvuldig optredende gerechtsdeurwaarder deze na kan komen en de handelswijze van een derde waarop de gerechtsdeurwaarder geen invloed heeft, hem dit niet belet, aldus A-G Kokott. Het HvJ EU kan niet inhoudelijk beoordelen of dit het geval is. De regeling dat de gerechtsdeurwaarder met zijn gehele vermogen aansprakelijk is indien hij niet aan de inningsverplichting voldoet is eveneens evenredig, zo meent de A-G. De gerechtsdeurwaarder is namelijk slechts een bijkomende tot voldoening van de btw-schuld gehouden persoon, aangezien de regeling de eigenlijke schuldenaar niet van zijn verplichting tot voldoening ontslaat. Het beginsel van fiscale neutraliteit verzet zich, tot slot, niet tegen de voorwaarde dat de gerechtsdeurwaarder de btw-schuld moet betalen zonder aftrek van de voorbelasting die door de schuldenaar is betaald vanaf de aanvang van het belastingtijdvak, aldus de A-G, aangezien deze betaling als een voorlopige vooruitbetaling kan worden aangemerkt.

 In Nederland geldt geen regeling op grond waarvan de gerechtsdeurwaarder aansprakelijk is voor de btw-schuld bij executieverkopen. In het geval van zekerheid en executie geldt wel een verleggingsregeling, op grond waarvan de afnemer die btw-ondernemer is de btw moet voldoen. Zie 6.2.3.?? 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op