11 oktober 201325,3% economische verwevenheid voldoende voor fiscale eenheid

Een holding houdt 100% van de aandelen in drie dochtervennootschappen, die verschillende activiteiten verrichten: de eerste vennootschap (hierna: B.V. 1) exploiteert een in een winkelcentrum gelegen supermarkt, de tweede vennootschap (hierna: B.V. 2) exploiteert onroerend goed, waaronder het pand waarin de supermarkt is gevestigd, en de derde vennootschap (hierna: B.V. 3) exploiteert het energiesysteem in het winkelcentrum. Zij levert tegen vergoeding warmte, koude, elektriciteit en gekoeld water aan de winkels in het winkelcentrum en de appartementen daarboven. De holding vormt samen met B.V. 1 en B.V. 2 een fiscale eenheid voor de btw. B.V. 3 meent dat ook zij tot de fiscale eenheid behoort, omdat de fiscale eenheid de grootste afnemer van B.V. 3 is (22% van de omzet) en zij 3,3% van haar omzet behaalt uit gemeenschappelijke klanten. Dit zorgt volgens B.V. 3 in totaal voor een verbondenheid van 25,3%, waarmee de economische verwevenheid haars inziens vaststaat. De inspecteur is echter een tegengestelde mening toegedaan. 

Door Rechtbank Arnhem is in deze zaak in eerste aanleg geoordeeld dat B.V. 3 in economisch opzicht onvoldoende verbonden is met de fiscale eenheid. B.V. 3 heeft tegen deze uitspraak sprongcassatie ingesteld. A-G Van Hilten heeft de Hoge Raad geadviseerd te oordelen dat B.V. 3 terecht niet tot de fiscale eenheid is gerekend, omdat een economische verwevenheid van in totaal 25,3% haars inziens zonder twijfel onvoldoende is. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep evenwel gegrond. Naar het oordeel van de Hoge Raad is namelijk sprake van nauwe verbondenheid in economisch opzicht, gelet op de feiten dat de holding alle aandelen in de drie dochtervennootschappen houdt en deze B.V.’s tegen vergoeding bestuurt en dat tussen de B.V.’s onderling niet verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan, zoals de verhuur van bedrijfsruimte en de levering van warmte, koude, elektriciteit en gekoeld water. Daaraan doet volgens de Hoge Raad niet af dat de B.V.’s in meer of mindere belangrijke mate goederen leveren of diensten verrichten aan derden, aldus de Hoge Raad. B.V. 3 is daarom onterecht niet tot de fiscale eenheid gerekend. 

Zie 1.10 voor meer informatie over de fiscale eenheid.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op